Bewijsbrug

Wat stelt het leidende Tanachbewijs vast over Johannes 20:17, ‘mijn God en uw God’, na de opstanding?

De uitspraak van de opgestane Jezus moet eerst volgens haar eigen onderscheid worden gelezen en pas daarna vanuit latere trinitaire categorieën.

Wat dit artikel heeft vastgesteld

Johannes 20:17 laat de opgestane Jezus zeggen ‘mijn God en uw God’. Klassieke trinitaire theologie kan dat vanuit Jezus’ blijvende mensheid uitleggen, maar het vers zelf onderscheidt Jezus van Degene die hij God noemt; het leert geen gelijkwaardig goddelijk wezen.

  • Vastgesteld: de opgestane Jezus noemt de Vader in Johannes 20:17 ‘mijn God’.
  • Vastgesteld: hij identificeert diezelfde God als de God van de leerlingen.
  • Verenigbaar met Tora’s categorie van een menselijke Messias: een verheven Davidische dienaar die Hasjem als zijn God heeft.
  • Mogelijk binnen latere trinitaire theologie: de taal uitleggen vanuit Jezus’ menselijke natuur en het onderscheid tussen goddelijke personen.
  • Niet onderbouwd door Johannes 20:17 zelf: dat het vers leert dat Jezus en de Vader gelijkwaardige personen zijn die één goddelijk wezen delen.

De vraag die nog openstaat

Blijft de bredere claim standhouden wanneer de Drie-eenheid tegenover Sinai en goddelijke eenheid met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?

Waarom dit boek de volgende stap is

Dit boek breidt de lokale vraag uit naar de Drie-eenheid tegenover Sinai en goddelijke eenheid zonder de bewijslast te verlagen.

Lees The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood voor de volledige boekanalyse van de Drie-eenheid tegenover Sinai en goddelijke eenheid.