Bewijsbrug
Wat stelt het leidende Tanachbewijs vast over Johannes 8:58, ‘Ik ben’, tegenover Exodus 3:14?
De opvallende uitspraak moet uit Johannes’ bredere theologie worden beoordeeld, niet als zogenaamd woordelijk citaat van de goddelijke naam.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Johannes’ ‘voordat Abraham was, ben Ik’ is een opvallende claim, maar de Griekse uitdrukking is geen woordelijk citaat van Exodus 3:14 in het Hebreeuws of de Septuaginta. Het godheidsargument moet daarom uit Johannes’ bredere theologie worden opgebouwd, niet uit een vermeend exact citaat van de goddelijke naam.
- Vastgesteld: Johannes 8:58 bevat de Griekse woorden *egō eimi* en plaatst Jezus vóór Abraham.
- Vastgesteld: Exodus 3:14 luidt in het Hebreeuws *ehyeh asher ehyeh* en in de Septuaginta *egō eimi ho ōn*.
- Mogelijk: Johannes zinspeelt bewust op thema’s van goddelijke taal.
- Niet onderbouwd: dat Johannes 8:58 een woordelijk citaat van de goddelijke naam in Exodus 3:14 is.
- Niet onderbouwd door Exodus alleen: dat deze woordoverlap bewijst dat Jezus de God is die tot Mozes sprak.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere claim standhouden wanneer Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?
Waarom dit boek de volgende stap is
Dit boek breidt de lokale vraag uit naar Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel zonder de bewijslast te verlagen.
Lees THE GOSPEL OF JOHN VS. THE HEBREW BIBLE voor de volledige boekanalyse van Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel.
