Bewijsbrug

Johannes’ Logos tegenover het Hebreeuwse ‘woord van JHWH’: spraak veranderd in een pre-existente handelende persoon?

Johannes’ sterkere claims moeten als ontwikkeling van, niet als eenvoudige gelijkstelling met, de Hebreeuwse woordcategorie worden beoordeeld.

Wat dit artikel heeft vastgesteld

De Tanach kan goddelijke spraak en wijsheid verpersoonlijken, en Gods woord handelt krachtig in schepping en openbaring. Johannes 1 gaat verder: de Logos is bij God, wordt God genoemd en wordt vlees. Die stap kan Joodse motieven gebruiken, maar de Hebreeuwse categorie stelt zelf geen incarnatie vast.

  • Vastgesteld: de Tanach gebruikt actieve en soms verpersoonlijkte taal voor Gods woord en wijsheid.
  • Vastgesteld: Johannes 1 doet sterkere uitspraken over de Logos: pre-existentie, verhouding tot God, goddelijke status en incarnatie.
  • Mogelijk: Johannes ontwikkelt echte Joodse woord- en wijsheidsmotieven.
  • Niet onderbouwd door alleen de Hebreeuwse categorie ‘woord van Hasjem’: dat het woord een eeuwig onderscheiden goddelijke persoon is die vlees wordt.

De vraag die nog openstaat

Blijft de bredere claim standhouden wanneer Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?

Waarom dit boek de volgende stap is

Dit boek breidt de lokale vraag uit naar Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel zonder de bewijslast te verlagen.

Lees THE GOSPEL OF JOHN VS. THE HEBREW BIBLE voor de volledige boekanalyse van Johannes getoetst aan de Hebreeuwse Bijbel.