Bewijsbrug
Psalm 16:10: opstandingsvoorspelling of latere messiaanse toepassing in Handelingen?
De eerste-persoonsstem van de psalm moet worden onderscheiden van Handelingen’ latere argument over Jezus.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Psalm 16 zegt dat God de spreker niet aan Sjeool zal overlaten en zijn trouwe niet de groeve of ontbinding zal laten zien. Handelingen betoogt dat David stierf en dat de woorden daarom verder wijzen naar Jezus’ opstanding. Dat is een later messiaans betoog; de psalm zelf is geschreven als vertrouwen van de spreker in Gods bewaring en noemt geen toekomstige Messias.
- Vastgesteld: Psalm 16:10 is eerste-persoonstaal van vertrouwen dat God de spreker niet aan Sjeool of de groeve en ontbinding zal overlaten.
- Vastgesteld: Handelingen 2 en 13 passen het vers toe op Jezus’ opstanding.
- Mogelijk: een latere lezer kan het vers typologisch of profetisch verder dan David laten reiken.
- Betwist: of de bewoording een absolute voorspelling is die een andere referent dan de spreker van de psalm vereist.
- Niet onderbouwd door Psalm 16 alleen: dat het vers specifiek Jezus’ opstanding voorspelt.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere claim standhouden wanneer Handelingen, waar theologie beleid wordt met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?
Waarom dit boek de volgende stap is
Dit boek breidt de lokale vraag uit naar Handelingen, waar theologie beleid wordt zonder de bewijslast te verlagen.
Lees THE BOOK OF ACTS VS. THE HEBREW BIBLE voor de volledige boekanalyse van Handelingen, waar theologie beleid wordt.
