Bewijsbrug
Wat stelt het doorslaggevende bewijs uit de Tanach vast over deze bewering: wisselt in Openbaring 22 de spreker tussen Alfa en Omega, de Eerste en de Laatste, Jezus en God?
De lezer krijgt een afgebakend oordeel over wat deze vraag vaststelt, wat mogelijk blijft en wat zij niet rechtvaardigt. De toets gebruikt het Sjema, Tora’s beeldverboden en taal van goddelijke eenheid, de bewijstekst en het onderscheid tussen titel, vertegenwoordiging, eer en wezen.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Openbaring 22 wisselt tussen engelentaal, taal over God en Jezus’ uitdrukkelijke zelfidentificatie. De opeenvolging in verzen 12–16 wijst er sterk op dat Jezus de spreker van ‘Alfa en Omega’ is. Dat is werkelijk hoge christologie. Het toont wat Openbaring beweert, maar maakt van Jesaja’s goddelijke titels geen eerdere voorspelling van Jezus.
- Vastgesteld: Openbaring 22 bevat sprekerswisselingen.
- Sterk onderbouwd: Jezus is in verzen 12–16 de spreker van de eenheid ‘Alfa en Omega / de Eerste en de Laatste’.
- Vastgesteld: Openbaring doet daarmee zeer hoge uitspraken over Jezus.
- Niet in de passage uitgesproken: de latere metafysische formule van drie gelijkwaardige personen in één wezen.
- Niet onderbouwd vanuit Jesaja alleen: dat Jesaja’s titels voor JHWH een toekomstige overdracht aan Jezus voorspelden.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere vraag over de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd onder dezelfde broncontroles standhouden?
Waarom dit boek de volgende stap is
The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood onderzoekt precies de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd en behoudt dezelfde bewijslast.
Open voor het volledige onderzoek naar de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd de boekpagina van ‘The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood’.
