Bewijsbrug
Wat stelt het doorslaggevende bewijs uit de Tanach vast over deze bewering: zegt Jezus in Openbaring 3:12 herhaaldelijk ‘Mijn God’?
De lezer krijgt een afgebakend oordeel over wat deze vraag vaststelt, wat mogelijk blijft en wat zij niet rechtvaardigt. De toets gebruikt het Sjema, Tora’s beeldverboden en eenheidstaal, de bewijstekst en het onderscheid tussen persoon, natuur en vertegenwoordiging.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Openbaring 3:12 legt de verheven Jezus viermaal ‘Mijn God’ in de mond: tempel van Mijn God, naam van Mijn God, stad van Mijn God en afkomstig van Mijn God. De trinitarische theologie kan dit verklaren met persoon en menswording, maar het vers zelf bewaart een verhouding waarin God boven Jezus staat.
- Vastgesteld: Openbaring 3:12 legt de verheven Jezus viermaal ‘Mijn God’ in de mond.
- Vastgesteld: dit bewaart een relationeel onderscheid tussen Jezus en Degene die hij God noemt.
- Verenigbaar met de Tanach: een Davidische of verheven vertegenwoordiger die Hasjem als zijn God heeft.
- Mogelijk binnen de trinitarische theologie: de mensgeworden Zoon noemt de Vader zijn God terwijl hij het goddelijke wezen deelt.
- Niet uitgesproken in Openbaring 3:12: die metafysische verklaring op basis van persoon en natuur.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere vraag over de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd onder dezelfde broncontroles standhouden?
Waarom dit boek de volgende stap is
The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood onderzoekt precies de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd en behoudt dezelfde bewijslast.
Open voor het volledige onderzoek naar de vraag of de trinitarische leer met Sinaï en goddelijke eenvoud kan worden verenigd de boekpagina van ‘The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood’.
