Bewijsbrug
Wat stelt het doorslaggevende bewijs uit de Tanach vast over deze bewering: hergebruikt Openbaring Jesaja’s titel voor Hasjem, ‘de Eerste en de Laatste’, als latere duiding of als eerdere voorspelling?
De vraag is nauwkeurig te bepalen wat het hergebruik in Openbaring over haar christologie bewijst en wat Jesaja zelf niet als voorspelling over Jezus uitspreekt.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
In Jesaja verklaart Hasjem: ‘Ik ben de eerste en Ik ben de laatste; buiten Mij is er geen God.’ Openbaring gebruikt ‘de Eerste en de Laatste’ voor zijn verheven spreker. Dat is sterk bewijs voor de christologie van Openbaring, maar het hergebruik is een latere duiding, niet Jesaja’s voorspelling van Jezus bij naam.
- Vastgesteld: Jesaja’s titel ‘de eerste en de laatste’ verwijst naar Hasjem en staat naast ‘buiten Mij is er geen God’.
- Vastgesteld: Openbaring gebruikt de taal van eerste en laatste voor zijn verheven Jezusfiguur.
- Sterk bewijs: de auteur van Openbaring verwoordt een hoge christologie.
- Mogelijke christelijke conclusie: geïnspireerd hergebruik openbaart Jezus binnen de goddelijke identiteit.
- Niet onderbouwd vanuit Jesaja alleen: dat Jesaja voorspelde dat een toekomstige Messias deze titel zou dragen.
De vraag die nog openstaat
Kan de bredere leer van de Drie-eenheid met Sinaï en goddelijke eenvoud worden verenigd wanneer het Sjema, de beeldverboden en eenheidstaal van de Tora en de precieze bewijstekst bepalend blijven?
Waarom dit boek de volgende stap is
The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood volgt precies de open vraag van één hergebruikte titel naar de bredere verhouding tussen trinitarische leer, Sinaï en goddelijke eenvoud.
Ga voor de bredere toets van trinitarische leer aan Sinaï verder naar The Trinity vs Absolute Unity: Sinai, Divine Simplicity, and the Limits of Relational Godhood.
