Bewijsbrug
Waarom zou Matteüs zich meester mogen maken van Jesaja, Paulus van Mozes of Hebreeën van Jeremia?
Het doel is een eerlijke christelijke uitleg te onderscheiden van neutraal bewijs voor de oorspronkelijke betekenis van de oudere tekst.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Latere schrijvers mogen eerdere teksten uitleggen. Wat zij niet kunnen doen zolang hun eigen gezag nog wordt onderzocht, is hun latere uitleg gebruiken als bewijs van wat de eerdere tekst oorspronkelijk betekende. Dat is het bevoegdheidsprobleem.
- Vastgesteld: de eerdere teksten hebben eigen sprekers, doelgroepen, verbondscategorieën en contexten.
- Mogelijk als christelijke theologie: latere geïnspireerde openbaring kan een diepere betekenis onthullen.
- Niet beschikbaar als neutraal bewijs: de inspiratie van de latere schrijver aannemen om diens uitleg te bewijzen.
De vraag die nog openstaat
Geeft de bredere toets van beter verbond, priesterschap en verzoening binnen de regels van de Tora hetzelfde oordeel wanneer Jeremia 31 en de genoemde verbondspartners bepalend blijven?
Waarom dit boek de volgende stap is
THE EPISTLE TO THE HEBREWS VS. THE HEBREW BIBLE volgt precies deze bevoegdheidsvraag door Hebreeën’ gebruik van Jeremia en de Tora te toetsen.
Lees THE EPISTLE TO THE HEBREWS VS. THE HEBREW BIBLE voor de volledige verbonds- en bevoegdheidstoets.
