Bewijsbrug
Er is een preek die als leven klinkt, totdat Sinaï één vraag stelt: wie gaf deze man toestemming om het middelpunt van Hasjem naar Jezus te verplaatsen?
De lezer krijgt een afgebakend oordeel over wat deze vraag vaststelt, wat mogelijk blijft en wat zij niet rechtvaardigt. De toets gebruikt Tora’s centrale aanbidding van Hasjem, Deuteronomiums toets voor latere aanspraken en onafhankelijk bewijs voor Jezus’ goddelijke identiteit.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Een preek kan oproepen tot volledige overgave aan Jezus als mensgeworden God. De voorafgaande eis van de Tora is volledige verbondstrouw aan Hasjem. Als Jezus werkelijk goddelijk is, kan het christelijke antwoord samenhangend zijn. Die identiteit moet echter worden vastgesteld voordat trouw aan Jezus als bewijs voor die identiteit kan dienen.
- Vastgesteld: de Tora richt aanbidding, liefde, ontzag en dienst op Hasjem.
- Vastgesteld: Deuteronomium onderwerpt latere religieuze aanspraken aan voorafgaande verbondscontroles.
- Vastgesteld: het christendom stelt trouw aan Jezus centraal omdat het hem met het goddelijke identificeert.
- Mogelijk als de christelijke ontologie onafhankelijk wordt bewezen: overgave aan Jezus kan als overgave aan de ene God worden begrepen.
- Cirkelredenerend: Jezus’ eigen latere gezagsaanspraak als enig bewijs gebruiken dat hij bevoegd was het voorwerp of de bemiddeling van aanbidding opnieuw te definiëren.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere vraag over gezagsaanspraken van de evangeliën onder vaste Tora-rechtsmacht onder dezelfde broncontroles standhouden?
Waarom dit boek de volgende stap is
Court Case Jesus: A Torah-Jurisdiction Audit of Gospel Authority Claims onderzoekt precies gezagsaanspraken van de evangeliën onder vaste Tora-rechtsmacht en behoudt dezelfde bewijslast.
Open voor het volledige onderzoek naar gezagsaanspraken van de evangeliën onder vaste Tora-rechtsmacht de boekpagina van ‘Court Case Jesus: A Torah-Jurisdiction Audit of Gospel Authority Claims’.
