Bewijsbrug
Maakt oprechtheid een missionaire dwaling onschadelijk wanneer Joden daardoor worden overgehaald de Tora te verlaten?
Oprechtheid kan iets over motieven zeggen, maar verandert de verbondsinhoud en waarheidswaarde van de boodschap niet.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
Een missionaris kan oprecht en meelevend zijn en toch ongelijk hebben. De Tora toetst claims aan verbondsinhoud, aanbiddingsgrenzen en profetische waarheid, niet aan de emotionele zekerheid van de spreker. Oprechtheid kan bij de beoordeling van iemands motieven meetellen; zij verandert niet of een Jood wordt aangespoord een Tora-verplichting te verlaten.
- Vastgesteld: oprechtheid bepaalt niet de waarheid van een religieuze claim.
- Vastgesteld: de Tora toetst religieuze claims aan inhoud, verbondstrouw, aanbiddingsgrenzen en profetische betrouwbaarheid.
- Mogelijk: een missionaris kan volkomen oprecht zijn en geloven dat bekering een daad van liefde is.
- Betwist: de morele schuld van een individuele missionaris; die hangt af van kennis, bedoeling, gedrag en omstandigheden.
- Weersproken door Tora’s methode: dat oprechte overtuiging alleen een met de Tora strijdige claim veilig of gezaghebbend maakt.
De vraag die nog openstaat
Blijft de bredere claim standhouden wanneer het christendom getoetst onder Tora-rechtsmacht met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?
Waarom dit boek de volgende stap is
Dit boek breidt de lokale vraag uit naar het christendom getoetst onder Tora-rechtsmacht zonder de bewijslast te verlagen.
Lees Court Case Christianity: A Torah-Law Indictment of Doctrine, Method, and History voor de volledige boekanalyse van het christendom getoetst onder Tora-rechtsmacht.
