Bewijsbrug
Als Nadav en Avihu oprecht waren, waarom heette aanbidding die God niet had geboden dan toch ‘vreemd vuur’?
Het doel is vast te stellen wat Leviticus 10 wel bewijst, wat onbekend blijft en welke algemene conclusie te ver gaat.
Wat dit artikel heeft vastgesteld
De Tora vertelt niets over hun innerlijke motief. Dat moet worden erkend voordat iemand Nadav en Avihu als schurken of romantische geestelijke helden neerzet.
- Vastgesteld: Leviticus 10 noemt hun offer ‘vreemd vuur, dat Hij hun niet geboden had’.
- Niet vastgesteld: hun precieze innerlijke motief; de Tora zegt niet of zij emotioneel oprecht waren.
- Onderbouwd beginsel: oprechtheid verandert onbevoegde heilige dienst niet in bevoegde heilige dienst.
- Te vermijden overdrijving: Leviticus 10 verbiedt op zichzelf niet elke latere religieuze instelling of gewoonte.
De vraag die nog openstaat
Wat blijft van christelijke leer, methode en geschiedenis wanneer die onder Tora-categorieën en regels voor bevoegde aanbidding worden getoetst?
Waarom dit boek de volgende stap is
Court Case Christianity breidt het onderscheid tussen oprechtheid en bevoegdheid uit naar leer, methode en geschiedenis.
Lees Court Case Christianity: A Torah-Law Indictment of Doctrine, Method, and History voor de toets op boeklengte.
