Bewijsbrug

Is missionaire ‘liefde’ nog liefde als aanvaarding vereist dat een Jood het verbondsleven opgeeft dat God Israël gaf?

Oprechte bedoelingen moeten naast de praktische en verbondsmatige gevolgen van de boodschap worden beoordeeld.

Wat dit artikel heeft vastgesteld

Oprechtheid beslecht de ethiek van missie niet. Als de boodschap een Jood vraagt aanbidding te verleggen, Tora te herdefiniëren of verplichtingen op te geven, moet zij aan Tora-normen én bedoelingen worden getoetst.

  • Mogelijk: een missionaris kan diep oprecht en werkelijk liefdevol zijn.
  • Ook mogelijk: een oprechte boodschap kan een Jood wegdrukken van Tora-bepaalde verbondsverplichtingen.
  • Christelijke claim: Jezus aanvaarden vervult de Joodse verbondsidentiteit.
  • Onder de Tora nog open: bewaart of overschrijft die vervullingsclaim het reeds gegeven verbond?
  • Open vraag: dragen Tora-plichten, profeten- en aanbiddingstoetsen en opgegeven praktijken de bredere christelijke claim?

De vraag die nog openstaat

Blijft de bredere claim standhouden wanneer christelijke leer en methode onder Tora-rechtsmacht met dezelfde bron-eerst methode wordt onderzocht?

Waarom dit boek de volgende stap is

Dit boek breidt de lokale vraag uit naar christelijke leer en methode onder Tora-rechtsmacht zonder de bewijslast te verlagen.

Lees Court Case Christianity: A Torah-Law Indictment of Doctrine, Method, and History voor de volledige boekanalyse van christelijke leer en methode onder Tora-rechtsmacht.